Het infovenster Aangepaste gegevens
Het infovenster Aangepaste gegevens biedt ruimte om informatie toe te voegen over individuele taken en bronnen en het project als geheel (afhankelijk van de selectie), inclusief notities, sleutel-/waardeparen en gekoppelde bestanden.


In het gedeelte bovenin het infovenster ziet u wat u momenteel inspecteert. De aangepaste gegevens in onderstaande gedeelten gelden voor de selectie die u hier ziet.
Notities
Gebruik het infovenster Notities om tekst en koppelingen toe te voegen met betrekking tot de geselecteerde taak of bron of het project als geheel.

De tekst uit het infovenster Notities verschijnt ook in de notities op de itemrijen in de opbouw en kan op documentniveau worden vormgegeven via het tabblad Geavanceerd van het infovenster Stijlen en op individueel niveau via het menu Opmaak.
Koppelingen in notities
De URL's in notities werken zoals u gewend bent. Klik op een koppeling om deze te openen in een webbrowser, of om naar de betreffende plek in een app te gaan (OmniOutliner-koppelingen worden bijvoorbeeld geopend in OmniOutliner).
Het contextmenu van koppelingen biedt de volgende extra opties:
-
Open koppeling: De koppeling wordt geopend in de app waar deze naar verwijst.
-
Kopieer koppeling: De koppeling wordt gekopieerd naar het klembord.
-
Wijzig koppeling: Er wordt een dialoogvenster geopend waar u de bestemming van de koppeling kunt wijzigen (en niet de tekst van de koppeling).
-
Verwijder koppeling: De hyperlink wordt verwijderd van de tekst van de koppeling, maar de tekst zelf blijft staan.
Sleutel-/waardegegevens
Gebruik het infovenster Sleutel-/waardegegevens om aangepaste informatie toe te voegen die wordt opgeslagen als sleutel-/waardeparen. De sleutel is een soort label voor het type informatie dat u bewaart, en de waarde is de informatie zelf.

U kunt bijvoorbeeld als volgt de telefoonnummers van stafleden opslaan:
- Selecteer een stafbron in de bronnenlijst en open het infovenster Aangepaste gegevens.
- Klik op de plusknop onderin het infovenster om een nieuw sleutel-/waardepaar te maken.
- Geef de sleutel de naam Telefoonnummer.
- Voer een nummer in als waarde voor de geselecteerde bron.
Nu u de sleutel voor deze bron hebt gemaakt, hebben alle andere bronnen ook deze sleutel waarvoor u een waarde kunt invoeren.
U kunt sleutel-/waardeparen weergeven als kolom in de taakopbouw en bronnenlijst of als label in het Gantt-diagram en de brontijdlijn. Dit doet u door taaklabels en kolommen aan te passen in het submenu van de betreffende weergave (of door te Control-Klikken op de kolomkop van de opbouw en vervolgens de sleutelnaam te kiezen in het contextmenu).
Gekoppelde bestanden
Gebruik het infovenster Gekoppelde bestanden voor verwijzingen naar bestanden die relevant zijn voor uw project of voor bepaalde items in het project. Selecteer een taak of bron om een er een gekoppeld bestand aan toe te voegen. Als u een gekoppeld bestand toevoegt zonder dat er iets is geselecteerd, wordt het bestand aan het project als geheel toegevoegd.

- Lijst met gekoppelde bestanden: Hier ziet u alle gekoppelde bestanden voor de taak, de bron of het project. Dubbelklik op een bestand om het te openen in de standaardapp van het bestand.
- Bestanden toevoegen en verwijderen: Klik op de plusknop en minknop om gekoppelde bestanden toe te voegen of te verwijderen uit de lijst. Hier staan alleen koppelingen en niet de bestanden zelf. Als u een koppeling verwijdert, wordt het originele bestand niet verwijdert.
- Tandwielmenu voor gekoppelde bestanden: Gebruik het tandwielmenu om een alternatieve app te kiezen om het bestand te openen, de selectie te laten zien in de Finder of de koppeling naar het geselecteerde bestand te verwijderen.
Een bestand koppelen aan een item in de taakopbouw of de bronnenlijst:
- Klik op het item om het te selecteren.
- Klik in het infovenster Gekoppelde bestanden op de plusknop onder de lijst bestanden en kies in het dialoogvenster dat verschijnt een bestand. Als de kolom Bijlagen zichtbaar is in de opbouw, kunt u ook klikken op het pijlpictogram. kies vervolgens Voeg bestand bij in het pop-upmenu en kies een bestand. Of sleep een bestand naar de lijst.
- Het bestand verschijnt in de lijst met gekoppelde bestanden in het infovenster.
U koppelt als volgt een bestand aan het project zelf:
- Zorg dat er niets is geselecteerd in de hoofdweergave.
- Klik in het infovenster Gekoppelde bestanden op de plusknop onder de lijst bestanden en kies in het dialoogvenster dat verschijnt een bestand. Of sleep een bestand naar de lijst.
- Het bestand verschijnt in de lijst met gekoppelde bestanden in het infovenster.
U kunt een gekoppeld bestand openen door te dubbelklikken op het bestand in het infovenster Bijlagen en de optie Open te kiezen in het contextmenu. Of door het bestand te kiezen in het pop-upmenu in de kolom Bijlagen van de itemrij in de opbouw.
Elk gekoppelde bestand is een verwijzing naar het fysieke bestand op uw schijf. Als u bestanden verplaatst, proberen de verwijzingen de nieuwe locaties bij te houden. Maar als u een project naar iemand anders stuurt of het project naar een andere computer verplaatst, verhuizen de bestanden niet automatisch mee. In dat geval moet u alle bijgevoegde bestanden en het OmniPlan-bestand zelf in één map verzamelen en de hele map verzenden.
U kunt gekoppelde bestanden weergeven als kolom in de taakopbouw en bronnenlijst. Dit doet u door taaklabels en kolommen aan te passen in het submenu van de betreffende weergave of door te Control-Klikken op de kolomkop van de opbouw en vervolgens Bijlagen te kiezen in het contextmenu.